Het leed dat topvolleybal heet

“Je ziet er wat beteuterd uit”, sprak de geneesheer tegen de man die net zijn spreekkamer was binnengelopen.  De diep in zijn winterjas verscholen man deed zijn capuchon af en keek schielijk om zich heen. “Niemand hoort of ziet ons hier he?”, vroeg bij bedremmeld.
Verbaasd  fronste de geneesheer zijn wenkbrauwen. Hij kende deze patiënt van hem niet 1,2,3 weer. Die was altijd de uitbundigheid zelve en een bezoek aan hem was, ongeacht de kwaal waarmee de man kwam, altijd een rumoerige en vrolijke happening. Er moest dus iets ernstigs aan de hand zijn, zo leerde zijn snelle anamnese.
“Nee, ga zitten, we zijn gewoon met z’n tweeën hoor”, zei hij geruststellend. “Wat kan ik voor je doen?”  De man slikte opzichtig, zuchtte diep en barstte net toen hij zijn verhaal wilde doen in tranen uit. De geneesheer bood hem een bekertje water aan en klopte hem bemoedigend op zijn schouder. “Kerel, wat is er gebeurd?” vroeg hij vaderlijk, “is het zo erg?”
De door verdriet overmande man schokschouderde nog wat na, kloekte zijn water achterover en beet op zijn lip. “Ik…..ik….nou….ehhhh…..”  Weer volgde een huilbui, zo intensief dat de geneesheer vermoedde dat de man er in bleef.
Meer water bood uitkomst. De man kalmeerde enigszins en deed snikkend zijn verhaal. Dat hij altijd zo leuk volleybalde. En dat hij iedereen om zich heen daarover zo blijmoedig had verteld. En dat hij zijn zusje had uitgenodigd om een keer te komen kijken. En dat zij op die bewuste zaterdagmiddag ook in de sporthal was geweest. En dat hij toen als een dweil speelde, net als de meeste van zijn teamgenoten. En dus met 0-4 kansloos verloren. En zijn zusje daar een verslagje van had gemaakt dat nu via het world wide web door de hele wereld te lezen was. En hij het idee had dat de hele wereld het gelezen had. En hij nu amper meer de straat op durfde. Overwogen had acuut met volleybal te stoppen. Of onder te duiken. En rugnummer 6 voorgoed in te leveren. Of de arts iets voor hem had…..
De geneesheer keek hem met opengezakte mond vragend aan. Er viel een lange stilte. De geneesheer rammelde achter zijn computer. Zijn ogen vlogen over het scherm. Ineens begon hij onbedaarlijk te grinniken. “Haha, mooi verhaal zeg van de zus van nummer 6, geestig! Ik zie jullie gepruts helemaal voor me!!!”
Terwijl de geneesheer de opdracht print  gaf, verliet de snotterende man de huisartsenpraktijk. Hij had het vertrouwen in de medische wetenschap volledig verloren.

De broer van de zus van nummer 6.

Facebooktwittergoogle_pluslinkedinmail

Eén reactie op Het leed dat topvolleybal heet

  1. Dat nummer 6 tere enkeltjes boven de spreidvoetjes heeft was bekend, maar dat deze doorgaans zo opgewekte fliereluiter zo’n teer zieltje heeft, weet hij toch goed te verbergen.
    Ik zal hem therapeutisch toespreken en hem voorzien van wat eten, dan is hij binnen de kortste keren weer zichzelf. En, belofte maakt schuld, ik meld mij nogmaals ter sporthal om de mannen nogmaals te aanschouwen. Ik verwacht er veel van.
    Zus nummer 6